Lang geleden bestond er geen geld. De mensen woonden toen in kleine huisjes. Ze verbouwden zelf hun groente en graan en ook fokten ze dieren. Mensen maakten niet alleen hun eigen eten klaar, maar ook zorgden ze zelf voor kleding voor het gezin en de familie. Maar wat deed je toen als je koe wegliep of doodging en je dus geen melk of vlees meer had? Dan ging je naar een dorpsgenoot en probeerde je te ruilen. Zo ruilde je bijvoorbeeld vier schapen van jou voor bijvoorbeeld een koe, of acht kippen voor een geit. Als je mooie potten kon bakken, maar geen weefgetouw had, dan ruilde je het aardewerk voor een vloerkleed of een broek. Dit heet ruilhandel.

Tegenwoordig wordt er nog steeds geruild. Veel kinderen, maar ook volwassenen, ruilen bijvoorbeeld computerspelletjes of spelkaarten. Ruilen doe je als je er allebei beter van wordt. Je krijgt iets wat je niet hebt, zonder geld uit te geven. Je moet natuurlijk wel een beetje slim zijn als je iets ruilt.