De euro & vreemde valuta

Na de Tweede Wereldoorlog wilden landen voorkomen dat er in Europa ooit nog oorlog zou uitbreken. Fransman Jean Monnet had een idee: als Duitsland en Frankrijk samen over hun grondstoffen zouden beslissen, zouden ze hun grote voorraad staal en kolen niet meer inzetten om oorlog tegen elkaar te voeren. Italië, België, Luxemburg en Nederland wilden graag meedoen aan de samenwerking en zo werd in 1952 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. De zes landen bleken heel goed te kunnen samenwerken en besloten in 1957 ook op economisch vlak te gaan samenwerken. Zo ontstond de Europese Economische Gemeenschap (EEG). In 1992 werd een nieuw belangrijk verdrag ondertekend: het verdrag van Maastricht. Hierin stonden nog meer afspraken over de samenwerking. De EEG kreeg een nieuwe naam: de Europese Unie (EU) en er werd besloten in de toekomst met één munt te gaan betalen binnen Europa, de euro.

De euro

Tot de invoering van de euro had ieder land zijn eigen geld. Als je naar het buitenland ging, moest je het geld van je eigen land omwisselen voor het geld van het andere land. Daarbij werd gekeken naar de wisselkoersen en die konden iedere dag verschillen. Dat was vooral voor bedrijven erg onhandig. De koers op de dag dat je artikelen verkoopt en de koers op de dag dat de artikelen worden betaald kunnen verschillen. Hierdoor krijg je soms meer of juist minder geld. Daarom besloten een aantal eurolanden om de nationale munten af te schaffen. De euromunten en eurobankbiljetten kwamen daarvoor in de plaats. Ze werden in 2002 ingevoerd in twaalf Europese landen.

Euromunten >>

Eurobiljetten >>

Vreemde valuta

Naast de euro zijn de zeven belangrijke munteenheden in de wereld de Amerikaanse dollar, Canadese dollar, reminbi, pond sterling, yen, roebel en rand.

Vreemde valuta >>

de euro in Europa

het euroteken